Een toevallige ontmoeting

Station Gilze Rijen op een dinsdagmiddag ligt er verlaten bij. Bij de bushalte wacht een vrouw. Ik voeg me bij haar. Nog 20 minuten wachten, de zon haalt helaas net het bankje niet. Maar we krijgen een hartverwarmend gesprek, dus dat maakt helemaal niets uit.

Sonja werkt 30 jaar in de zorg, de laatste 12 jaar in een woongroep voor verstandelijk gehandicapten in Rotterdam. Zij was er al vanaf de start van deze groep, toen de bewoners uit verschillende huizen uit de buurt hier begeleid zelfstandig kwamen wonen. Als zij hoort dat mijn missie is om hart aan het werk te blijven in de zorg in plaats van hard aan het werk te zijn, veert ze op. Daar heeft zij ook wel iets over te vertellen.

De aandacht voor de mens verdwijnt. Het laatste jaar is dat merkbaar. Door de bezuinigingen staan Sonja en haar collega’s met minder medewerkers op de groep.  Sonja moet nu snel haar werk doen: iemand helpen met douchen, tanden poetsen, helpen bij het schoonmaken. Het moet op tijd klaar zijn, want haar collega wil naar huis en ze moet dan beschikbaar zijn voor alle bewoners. Dat is de huidige werkdruk. ‘Vroeger had ik ook wel werkdruk, maar dat was om mijn administratie op orde te hebben. De laatste 4 jaar heb ik dat op orde’, straalt ze. ‘We hebben nu in elke werkkamer een computer en het systeem om in te voeren is gebruiksvriendelijker. De werkdruk is verschoven: nu voel ik de druk om op tijd klaar te zijn.

Een gesprek over hoe het met iemand gaat, hoe die zich voelt, wat hij gaat doen heeft ze niet meer. Zo’n gesprek kost tijd. Bewoners hebben tijd nodig om de woorden te vinden en spreken langzaam. Om te communiceren en de bewoner te begrijpen ontbreekt nu de tijd. Dan gaat ze het gesprek uit de weg. En het ontbreken van oog en oor voor de mens is merkbaar zegt Sonja. Niet alleen zegt een  bewoner bijvoorbeeld ‘Ik ga weer drinken, je houdt toch niet van me’. Er is ook meer agressie en wrijving tussen de bewoners op de groep. Wat in die 12 jaar is opgebouwd valt weg, het functioneren en de kwaliteit van leven van de bewoners verslechtert.

Wat ingrijpend vind ik dit om zo 1 op 1 het effect van bezuinigingen op de mens te horen. Wat doet dat met Sonja? ‘Ik doe dit werk omdat ik mensen wil helpen. Ik heb een stukje moeten inleveren’, en ze wijst op haar hart. Ik word er stil van. Sonja straalt nog.

In de trein terug lees ik in de Metro dat een zorgmedewerkster uit de gehandicaptenzorg overspoeld is met reacties op haar column. Hetzelfde verhaal. Ilona Oskam stelt dat Nederland compleet gek is geworden: de zorg is lopendebandwerk zonder aandacht. Velen in de zorg herkennen het en laten hun reacties achter.

Daar zit ik dan. Met mijn verlangen om werkers te helpen om gezond en geïnspireerd te blijven. Kan dat wel binnen dit systeem? Is het in de gehandicaptenzorg erger dan in de eerste lijn waarvoor ik nu het meeste werk?

Ons hart is zo groot als een vuist.

hart vuist

We kunnen ook samen een grote vuist maken. Een vuist die niet ergens tegen is, maar ergens voor: voor aandacht voor de mens die zorg geeft en die zorg ontvangt, met respect voor hun behoeften en verantwoordelijkheid. Daar wil ik een steentje aan bijdragen.

Ik train het hart van professionals in zorg en welzijn zodat zij gezond en geïnspireerd werken en bijdragen aan meer hart in de zorg. Als er vele wakkere en dappere harten in het systeem werken kunnen zij in hun eigen omgeving het verschil maken door hun invloed uit te oefenen. Helemaal effectief is het als teamleden zich samen tot doel stellen om de belemmeringen van het systeem te overwinnen. Dit kan door zelf creatieve oplossingen te vinden of op een hoger niveau aan te kaarten wat nodig is. Zulke teams train ik om deze houding te versterken. Dit geeft mij vertrouwen in de toekomst. Jou ook?

Als je voorbeelden hebt van creatieve oplossingen of van succesvol werken aan systeemverandering schrijf hier dan een reactie op dit artikel. Dan bouwen we samen aan vertrouwen en kunnen medewerkers als Sonja blijven stralen.